Over gewicht en BMI

Over Gewicht en BMI

Welvaart en welzijn gaan niet altijd samen. Gezondheid is een belangrijk aspect van welzijn, maar onze welvaart lijkt dit belangrijke aspect van welzijn tegen te werken. Onze welvaart zorgt zelfs voor ‘welvaartsaandoeningen’. Aan de basis van deze ‘welvaartsaandoeningen’ ligt overgewicht. Bij overgewicht en obesitas is er te veel overtollig vet in het lichaam opgeslagen.

Wat is er verkeerd aan overgewicht?

Mensen met overgewicht en obesitas leven minder lang in goede gezondheid en hun levensverwachting is lager. Een van de eerste gevolgen van gewichtstoename is dat de werking van het hormoon insuline is verstoord. Er is dan sprake van insulineresistentie. Insulineresistentie maakt deel uit van het zogenaamde metabool syndroom.

Bij insulineresistentie zijn de lichaamscellen minder gevoelig voor het hormoon insuline. Insuline is nodig om glucose uit het bloed op te nemen in insulinegevoelige cellen die zich in spieren en andere weefsels bevinden. Cellen hebben glucose nodig als energiebron. Ze zetten glucose om in energie, die nodig is voor het functioneren van cellen, weefsels en organen. Glucose wordt eveneens opgeslagen als glycogeen en zodra er weer glucose nodig is, wordt deze dan uit het glycogeen weer vrij gemaakt.

Insuline is nodig om de receptoren van de cellen ‘te activeren’ zodat de glucose in de cel kan terechtkomen. Een receptor is een eiwit-structuur op de celwand, die gevoelig is voor bepaalde bio-actieve prikkels. Om het duidelijker te maken geven we je een beeldspraak: Insuline is de sleutel die past op het slot (de receptor) en de deur opent zodat glucose de cel in kan.

Bij insulineresistentie zijn de cellen minder gevoelig voor insuline. Dat komt door een afname van het aantal receptoren en / of een verminderde werking van deze receptoren. De glucose wordt dan onvoldoende in de cel opgenomen en blijft ‘hangen’ in het bloed. Het bloedglucosegehalte wordt daardoor te hoog. Het lichaam reageert hierop met een hogere productie van insuline door de pancreas. Zolang er door de pancreas voldoende insuline geproduceerd wordt, wordt het bloedglucosegehalte nog binnen niet-diabetische glucosebloedwaarden gehouden. Wanneer de pancreas er echter niet meer in slaagt om veel insuline te produceren ontwikkelt zich diabetes type 2.

Door insulineresistentie neemt de insulineconcentratie in het bloed dus toe en daardoor ontstaan allerlei metabole veranderingen die leiden tot een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Insulineresistentie leidt ook tot het ontstaan van risicofactoren zoals een laag HDL-cholesterol (het goede cholesterol), hypertriglyceridemie (vetachtige stoffen in het bloed) en hypertensie. 

Het risico op galstenen is ook verhoogd. Bij mensen met overgewicht komen galstenen 3 tot 4 keer zo veel voor als bij mensen met een gezond gewicht. Het risico is nog groter wanneer er veel vet in de buikholte zit.
Ook bepaalde vormen van kanker houden mogelijk verband met overgewicht en insulineresistentie.

Overgewicht vergroot dus de kans op bovengenoemde aandoeningen. Daarnaast is er ook een vergrote kans op: rug- en gewrichtsklachten waaronder artrose en psychosociale problemen. Dat laatste mede door de negatieve visie op dikke mensen.

Het risico op deze aandoeningen neemt toe met de mate van overgewicht. Mensen met obesitas kunnen ook klachten gaan ondervinden als: ademhalingsproblemen, slaapapneu (een stokkende adem tijdens de slaap), verminderde vruchtbaarheid en menstruatiestoornissen.

Ben ik te dik? Wat is het verschil tussen overgewicht en obestitas?

Wanneer is er nu sprake van te dik zijn? Om dit te bepalen wordt de Body Mass Index (BMI) berekend. Hiervoor kun je een eenvoudige berekeningsformule toepassen. Je neemt je gewicht in kilo’s en je deelt dat door lengte in meters in het kwadraat.  Voor volwassenen geldt dat men een gezond gewicht heeft wanneer de BMI tussen 18,5 en 25 ligt.

Is de BMI meter een goede indicatie voor overgewicht?

Nee, niet helemaal.

Het maakt ook uit waar de vetophoping is. Wanneer dit voornamelijk rond billen, heupen en dijbenen is – de peervorm – is dit minder nadelig dan wanneer de vetophoping in de buikstreek, rond de middel is – de appelvorm. Iemand met een goede BMI maar wel veel buikvet loopt nog steeds gezondheidsrisico’s.

Wat is jouw BMI? Ben jij een appel of een peer? Wil je dit voor jezelf weten? Laat dan onze BMI meter voor jou rekenen. Meet ook jouw tailleomvang en lees wat de uitkomsten te betekenen hebben.

Klik hier om naar onze BMI meter te gaan

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *